De winter van 1962-1963

Deel 1 De winter van 1962/1963

Bloemen op de ramen.

 

Koud, kouder, koudst !

De winter van 1963 staat te boek als de grootste winter van de 20ste eeuw. In een tijd waarin strenge vorst zeldzaam is en waarin niemand meer weet wat bloemen op de ruiten zijn, is het interessant deze superwinter nog eens onder de loep te nemen. Het is het jaar waarin ik 5 jaar werd en de passie is ontstaan voor het weer. Herinner me nog hoe vaak ik voor het raam stond en me verbaasde over de enorme hoeveelheden sneeuw. Een jaar om nooit meer te vergeten. 

De kou kwam echter niet ‘uit de lucht vallen !’; het was feitelijk al vanaf eind februari 1962 over het algemeen (veel) te koud. Gedurende de periode 27 februari tot en met 17 maart schommelde het etmaalgemiddelde frequent beneden het vriespunt. Alleen rond 10 maart was het relatief zacht. Bijzonder lage minima werden niet gemeten. De laagste temperatuur in ons land bedroeg    -9,7°C en werd op de 14de in De Bilt zelf geregistreerd. De hardnekkigheid van de kou kwam vooral tot uiting in het aantal vorstdagen. Over een periode van 33 dagen (21 februari tot 25 maart) kwam het 29 keer tot vorst. Van 12 tot 26 maart bleef alleen de 23ste vorstvrij. Het maandgemiddelde van maart kwam uit op 2,0°C, dat is ruim 4 graden te koud vergeleken met het langjarig gemiddelde. Alleen 1917 was een fractie kouder, nl gemiddeld 1,9°C. De maart kou van 1962 hing vooral samen met de aanwezigheid van luchtmassa’s uit de poolstreken die aan de oostflank van een Groenlands hogedrukgebied naar het zuiden werden getransporteerd. Daarin kwam het ook vaak tot sneeuw. Van 23 februari tot en met 26 maart sneeuwde het op 20 dagen. Het voorjaar van 1962, 1 maart tot en met 31 mei kwam in De Bilt uit op een gemiddelde van 6,5°C. Op basis van de normale waarden van anno 2012 is dat 3,0°C te koud. Sinds de meetreeks van 1901 staat het voorjaar van 1962 fier bovenaan. Het is nog nooit zo koud geweest in ons land. April deed het overigens iets beter. Rond Pasen (22 – 23 april) was het zonnig met maxima tot ruim 20 graden. In Buchten wert het op 24 april 25,0°C. In mei werd de zomerse grens op geen enkele plaats bereikt. Joure registreerde op 9 mei 22,9°C. Op 1 mei werd het in Winterswijk zelfs -4,1°C. In april werd het nergens kouder dan -0,4°C op de 13de, eveneens gemeten in Winterswijk. Ook juli gaat als veel te koud de boeken in.

winter van 1963

Een sneeuwrijke winter

winter van 1963

Zelfs de Noordzee was bevroren

winter van 1963

De barre tocht van 1963

winter van 1963

Een heuse ijshut.

winter van 1963

De dagelijkse gang naar het werk was een hele opgave.

De scheepvaart had het heel moeilijk.

 

De zomer van 1962 was niet om aan te zien. De gemiddelde temperatuur tussen 1 juni en 1 september bedroeg op het KNMI in De Bilt 14,7°C. Dat is een afwijking van 2,3°C  te koud. De voorzomer(juni) begon hoopvol. Weliswaar waren de nachten in het prille begin van de maand koud (minima van -0,6 en -0,3 gemeten). Tot regen kwam het nauwelijks en de zon was niet van de lucht. In Vlissingen scheen de zon tijdens de eerste 10 dagen van de maand 132 uur, bijna net zoveel als in de gehele maand mei. In De Bilt scheen de zon 115 uur. na 10 juni werd het wisselvalliger maar vloeide tijdelijk warme luchtmassa’s over Nederland uit. Van 14 tot en met 18 juni werd het plaatselijk zomers warm: op de 14de schitterde Almen op 29,7°C. Tijdens de slotfase van juni vestigde zich een lagedrukgebied boven de Oostzee en dat was het begin van een uitzonderlijk koele periode die tot ver in juli aanhield. Het was 7 graden te koud. Het tiendaagse tijdvak  27 juni- 6 juli had in Eelde geen hogere gemiddelde maximumtemperatuur dan 13,5°C. Bij zulke temperaturen zou de krant van ‘Wakker Nederland maar 4 chocoladeletters nodig hebben om de gehele voorpagina te vullen: KOUD

 

Later in juli en ook in augustus trok er soms wel eens een rug van hogedruk over maar in grote lijnen verliep de hoogzomer van 1962 overwegend veel te koel. Opmerkelijk waren de grote thermische verschillen tussen 8 en 10 juli. Op de 8ste koelde het in Venlo af naar 2,7°C, op de 10de werd het in Epen 29,3°C. In augustus werd het op de 12de in Epen en Buchten 26,0°C, op de 20ste werd dezelfde temperatuur gemeten in Maastricht. Het totaal aantal zomerse dagen in De Bilt tijdens de meteozomer was 3. Alleen in 1907, 1954 en 1956 waren dat er nog minder, nl. 2. Het aantal warme dagen kwam uit op 31. Na 1962 is er geen enkele zomer geweest met minder warme dagen. Voor 1962 is dat wel enkele keren het geval geweest. Het jaar 1962 is koud, zodat velen al een strenge winter verwachten, liever gezegd: vrezen. Sommigen beweren naderhand in de drukverdeling op het noordelijk halfrond in de herfst al aanwijzingen gezien te hebben voor een strenge winter. Het zou begonnen zijn met hogedruk boven Centraal-Azië, waarop een kettingreactie is gevolgd met koude golven in Noord-Amerika, warmtegolven boven de Atlantische Oceaan en koude golven boven Europa. Wijsheid achteraf. Het Duitse weerbureau Offenbach met de befaamde klimatoloog Franz Bauer voorspelde zelfs een zachte winter.

 

Een weerkaart uit de winter van 1963, namelijk die van 17 januari. Opvallend die winter was dat de punt van de hoogterug bij IJsland en Schotland (de oranje vinger op de kaart) meer dan eens naar het noordoosten was gericht. Dit levert een lage AO-index op, maar ook een grondhoog dat via Scandinavie verbinding kan maken met het meestal ook aanwezige hoog boven het noordwesten van Rusland. Bij ons dan noordoostelijke winden die koude lucht van erg koude oorsprong kunnen aanvoeren. Bron: Wetterzentrale.

In deel 2 van deze special zal ik aandacht besteden aan de start van deze beruchte winter. In deel 3 volgt dan het het verloop van de winter met de barre elfstedentocht. In deel 4 komt het slot van deze winter aan de orde. U vind de diverse delen onder weerextremen 1 t/m 4