Reinier Paping De winnaar van de barre tocht van 1963

Deel 3 De winter van 1962/1963

Winter leverde ook grappige plaatjes op.

Januari 1963 is een extreme maand: zéér koud, zéér zonnig en zéér droog ! Januari 1963 werd met gemiddeld -5,3°C op januari 1940 (-5,5°C) na, de koudste van de vorige eeuw. Het noorden noteerde die maand 25 ijsdagen, en in Eelde kwam het op zeventien dagen tot meer dan tien graden vorst. Op basis van de nu geldende normalen was januari 1963 maar liefst 8,4°C te koud. van de 31 dagen hadden slechts drie dagen een etmaalgemiddelde boven nul. Dat waren de 5de met gemiddeld 0,7°C, de 26ste met o,9°C en de 28ste met 0,2°C. Verder 30 vorstdagen: alleen op de 5de werd het niet kouder dan 0,0°C (dus kantje boord geen vorstdag). De gemiddelde maximumtemperatuur was net zo laag als in 1940; -2,1°C (normaal 5,0°C). In totaal waren er 19 ijsdagen (in 1940 22) en kwam het op 12 dagen tot minima beneden -10° graden. De hoogste temperatuur op het KNMI werd gemeten op de 26ste te weten 3,1°C. (alleen in 1979 was het januari maximum met 3,0°C nog ietsje lager). De laagste temperatuur op de legendarische 18e (elfstedentocht) was -18,2°C.

 

  

 

 

 

 uit het Rotterdamsch Nieuwsblad van donderdag 17 januari 1963

 De scheepvaart is begin januari alleen nog op de grote rivieren  mogelijk, maar die liggen vol drijfijs. Op het IJsselmeer rijdt men met de auto. Op de 21ste steken de eerste auto’s bij Culemborg de lek over. Inmiddels lagen er ijsbergen in de Waddenzee en op de Gouwzee stonden de auto’s geparkeerd. Op de 18 januari daalde het kwik in Joure tot -21°C en dit is juist de dag dat de elfstedentocht werd gereden bij een stormachtige wind. Slechts 1 procent van de deelnemers bereikte de finisch.

 

 De winnaar Reinier Paping van de barre tocht op 18 januari 1963.

 Op 18 januari 1963 bevond Nederland zich ’s nachts binnen de invloedsfeer van het boven Schotland gelegen hogedrukgebied. Waaien deed het niet of nauwelijks, het was wolkenloos (ijsnaaldjes zweefden in de lucht) ofwel perfecte omstandigheden voor zeer lage minima zoals hierboven al eerder beschreven. Zo koud was het nog niet geweest in ’62 –’63 en zo ijzig zou het nadien (eind januari/februari) ook niet meer worden. De laagste temperatuur in de sprokkelmaand bedroeg namelijk -19.2°C op de 25ste te Eelde. Ondertussen trok een kleinschalige Oostzeestoring van 1025 hPa van Polen naar het westen. De storing veroorzaakte wolkenvelden waaruit wat lichte sneeuw viel. Aan de achterzijde van de storing steeg de luchtdruk boven Zweden en Polen. Tegelijkertijd lage luchtdruk boven Zuidwest-Europa. Daardoor stak in de loop van vrijdag de 18de een sterke oost-noordoostenwind op hetgeen grote gevolgen zou hebben voor de deelnemers(sters) aan de Elfstedentocht.

 

 

 

 

De hel van 1963

De barre Elfstedentocht van 18 januari 1963

Een moeilijke tocht.

Sneeuw, stuifsneeuw, een krachtige noordoostenwind, slecht ijs en lage (gevoels) temperaturen waren er debet aan dat van de ongeveer 10.000 ‘starters’ maar 127 de eindstreep wisten te bereiken. Het was de meest uitputtende tocht ooit. Nooit eerder heeft een Elfstedentocht zoveel van de deelnemers gevergd. Hoewel de belangstelling van het publiek gering is, staan er toch ook mensen met thermosflessen koffie langs de kant. Grote groepen deelnemers geven de strijd op. De 127 komen uitgeput en wit als Eskimo’s bij de finish aan.

Er zijn nog meer zorgen. Amsterdam heeft met kolen tekorten te kampen. De Rotterdammers krijgen zilt water uit de kraan, ijsdammen belemmeren de afvoer van zoet water naar de beneden rivieren. Natuurlijk trekken ook weer, zoals in elke strenge winter, verscheidenen grote branden de aandacht. Ik noem de kapitale brand van C&A aan het Damrak en die van de fabriek van Luyck’s.

Uit de krant van 1963