Volledige of gedeeltelijke, gekleurde of witte ringen om de zon of de maan. Ze zijn zeer verschillend van uiterlijk en komen meestal
voor in wolken in hogere luchtlagen, zoals cirrus en cirrostratus, of bij lichte ijsnevel. Deze ijsnevel of hoge bewolking is soms zo ijl dat hij niet te zien is. De halo is dan de enige aanwijzing van de aanwezigheid van deze bewolking of nevel. De halo wordt veroorzaakt door de breking en terugkaatsing van zon- of maanlicht in en op de ijskristallen waaruit de genoemde bewolking bestaat. Van de vorm en de oriëntatie van de
kristallen zal afhangen in welke vorm de halo zich vertoont. Soms zijn verschillende vormen tegelijk aanwezig. De voornaamste vormen zijn: de halo van 22° (kleine of gewone kring), de halo van 46° (grote kring), de parhelische ring, de raakboog, de circumzenitale boog, de bijzon, de tegenzon en de bijtegenzon, de onderzon en de lichtzuil. Halo-verschijnselen, die zich in de buurt van de zon bevinden, zoals de kleine kring en de bijzonnen, zijn het best te observeren door een zonnebril. Bij de maan zijn de halo's met het blote oog goed waar te nemen, zij het dat door de geringe lichtsterkte de kleuren niet te zien zijn.

Halo (Bijzon)

Halo

Halo

Halo

Halo vanuit een vliegtuig gezien